Artiest

Ik denk dat mijn liefde voor hout begonnen is door mijn vader die houten speelgoed en meubels voor me maakte in zijn spaarzame vrije tijd. Waarvoor dank!

De eerste vakantie die ik zonder mijn ouders doorbracht heb ik voor mezelf boekenkasten gemaakt. Als eerstejaars student klaagden mijn medehuisgenoten over de hoeveelheid houtstof die zich uit mijn kamer door de rest van het huis verspreidde.

Lidmaatschap van een studentenzeilvereniging en toegang tot een lasapparaat gaf me een fietskar, waarmee ik interessant hout naar een houtzagerij 10 km verderop kon fietsen. Er ging heel wat hout in die fietskar, bij elk stoplicht, als ik afstapte, kwam het achterwiel van de fiets omhoog. Ik heb nog steeds een aantal m3 robinia planken, lijsterbes planken, eiken planken en wilgenplanken.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat een nagemaakte Rietveld bank mijn relatie veel goed deed, en zo heb ik in de loop der jaren vrij veel dingen van hout zelf gemaakt, vooral meubels.

Helaas is het proces van boom tot plank (en dan met name een rechte en goed droge plank) wat ingewikkelder dan van boom tot schaal, zo leerde ik langzamerhand.

Houtdraaien

Eind 2004 kocht ik een klein draaibankje en begon wat te prutsen, gewoon, om met hout bezig te zijn - niet met het plan om alleen maar hout te gaan draaien.

Begin 2006 had ik, mede na wat gebroken beitels, door dat het niet vanzelf ging en volgde een cursus bij Joost Kramer. Behalve over houtdraaien tussen de centers (in de lengte, waarbij het hout aan beide kanten in de draaibank vast zit) leerde ik veel over hout, kijken naar hout en het slijpen van gereedschap.

Voor de gein vroeg ik aan Joost wat nou het beste merk draaibank zou zijn. Geiger, aldus Joost. Dat was namelijk een houtdraaibank die ook door houtdraaiers ontworpen zou zijn. Door veel te kijken naar de gigantische Wadkin draaibanken bij Joost ontwikkelde ik een goed oog voor hoe mijn toekomstige draaibank er uit zou moeten zien, want ik was er intussen wel achter gekomen dat ik schalen draaien leuker vond dan tussen de centers werken.

Niet lang daarna stond er een veelbelovend model op Marktplaats; groot, zwaar en betaalbaar. Toen ik belde bleek het een Geiger te zijn. 0.3 seconde later was de draaibank verkocht. Het bleek dat een draaibank van 2.5 meter lang best past in een nieuwbouw-huizenschuurtje van 3 meter breed.

De draaibank paste wel, maar toen een nieuw huis aan de orde kwam was een grotere werkplaats wel een belangrijk aspect. Het een leidde tot het ander en nu woon ik op een woonboot, tegen een uitgestorven industriegebied aan met een werkplaats van 7 bij 9 meter, geisoleerd en voorzien van alle gemakken zoals krachtstroom.

Nu kan ik me rustig richten op het vervolmaken van het schalendraaien.

Esthetiek en vormgeving

De ideale schaal heeft een simpele vorm, die recht doet aan het hout en aan mijn esthetisch gevoel.

Door veel schalen maken leer je dat een doorgaande gebogen lijn de basis is van elke succesvolle schaal. Incidenteel probeer ik een schaal met rechte lijnen, maar dat pakt vaak toch wat minder mooi uit. Tegenwoordig kom ik wel eens hout tegen dat te dun is voor een schaal en te mooi is om weg te gooien, dus ik experimenteer wel eens met een vaas.

Qua afwerking heb ik een voorkeur voor matte afwerking met olie, omdat daarmee de tekening in het hout het beste tot uitdrukking komt. Bij een simpele vorm en relatief weinig getekend hout, of bij houtstrukturen die vooral in het licht weerkaatst worden, is een glimmende afwerking soms mooier. Verder begin ik te ontdekken dat de grootte van de tekening in het hout ook een bepaalde grootte van de schaal voorschrijft - te klein, en je ziet weinig van de boom, te groot en de maat van de schaal overheerst de tekening en de vorm.