Hout
Hout is een natuurproduct, dat bij verstandig gebruik nooit op raakt en
telkens anders is. Geen stuk hout is hetzelfde, zodat het eindproduct
ook uniek wordt.
Natuurvriendelijk
Al het hout dat ik gebruik komt of uit Nederland, of is gerecycled. Ik wil geen kap
in Siberië, in Canada of in een tropisch woud ergens op mijn geweten
hebben. Meestal is het hout dat ik gebruik bestemd voor de open haard.
Als
restmateriaal heb ik grote hoeveelheden houtkrullen, die bij het
groenafval verwerkt worden tot compost. En ook dikkere reststukken, die
in de kachel gaan.
De draaibank draait op natuurstroom.
Hoe
Het liefst begin ik met vers hout. Een houtdraaier gebruikt dikke stukken hout, die meestal barsten ontwikkelen als het hout zonder voorzorgsmaatregelen droogt, zoals bij openhaardhout. Ideaal is als ik er tijdens het zagen van de boom al bij kan zijn, zodat ik de mooiste stukken kan uitzoeken en kan kiezen waar de boom in stukken gezaagd wordt.
Hout voor planken of balken moet lang, recht en saai zijn, hout voor een houtdraaier liever kort (maar niet te kort), krom, warrig en apart. Toevallig zijn dat precies de stukken waar je verder niet zo veel mee kunt, de splitsingen in een boom, die onhandig zijn voor planken en ook niet lekker kloven voor openhaardhout.
Drogen
Hout is opgebouwd uit vezels, waardoor het vervormt als het droogt. Daar zijn veel boeken over geschreven, maar simpel gezegt komt het er op neer dat de jaarringen rechter en korter willen worden. Als het hout te dik is om te vervormen, vervormt het toch, waarbij dan barsten ontstaan. Om barsten te voorkomen, zijn er twee manieren om een schaal uit hout te draaien:
- een schaal voordraaien (ook wel ruw draaien genoemd), dus met
relatief dikke wanden. De schaal wordt daarna met houtlijm ingesmeerd
zodat hij langzaam droogt. Daar kunnen 6 maanden, een jaar of soms nog
langer overheen gaan. Tijdens het drogen zal de schaal vervormen, maar
(hopelijk) niet barsten. Na het drogen wordt de schaal opnieuw opgespannen. De
wanden zijn dan hopelijk dik genoeg om uit de vervormde schaal nog een
ronde schaal te maken.
- een schaal direct uit het natte hout
draaien. De definitieve vorm is dan niet rond meer, omdat de schaal na
het draaien nog verder zal vervormen. Als de schaal dun genoeg is zal
hij daarbij (hopelijk) niet barsten.
Zie voor meer informatie het
proces.
Soorten
Elke houtsoort heeft zijn eigen charme. Hout kan een aantal eigenschappen
hebben waardoor het niet fijn is om mee te werken of geen goed
eindresultaat geeft:
- het barst erg gemakkelijk tijdens het drogen (kersen, peren, pruimen, appel, sering).
- het is lastig goed af te werken omdat het vezelig en zacht is (populier).
- het hout heeft vrijwel geen enkele tekening en heeft een nogal doods uiterlijk (paardekastanje, linden).
- het hout stinkt enorm (iepen, essen/plataan met bruine kern, rottend of ziek hout) en een speciale vermelding voor Angelim Vermelho, een tropische houtsoort waarvan de lucht absoluut schokkend is.
- het hout is zacht, bevat veel vocht en veel hars, waardoor afwerking lastig is (veel naaldhoutsoorten).
- het hout is meestal te klein om een schaal van te maken (meidoorn, berberis, sering, buxus, hulst, gouden regen, heel veel struikachtige bomen die vaak heel mooi hout hebben, zoals sleedoorn, vuilboom).
- het hout bevat harsgangen waardoor stukken onverwacht uit elkar springen tijdens het draaien (douglas).
- het hout scheidt kleverig of stinkend sap uit (Japanse honingboom).
- de schors blijft goed vastzitten (essen) of laat juist gemakkelijk los (gleditsia).
Elk
hout met nadelen heeft ook voordelen, zo zijn populieren schalen vaak
erg licht en kan de tekening onder het licht erg mooi zijn. Douglas
heeft een hele mooie duidelijke tekening en is in grote stukken te
krijgen.